Recepten
Recept: Clafoutis met zomerfruit
Een Limousin-klassieker die er moeilijk uitziet en het niet is. Vijf ingrediënten, één bakvorm, een halfuur in de oven.
Bijgewerkt op

Een clafoutis is een toetje voor wie weinig zin heeft om iets ingewikkelds te bakken. Een dik beslag, een handvol rijp fruit, een bakvorm en een oven. Klaar in een half uur, en hij smaakt alsof je er drie keer zo lang over deed.
Wat je nodig hebt
- 500 g rijpe kersen, abrikozen of pruimen (of een mix)
- 3 eieren
- 100 g suiker
- 100 g bloem
- 250 ml volle melk
- 1 mespunt zout, een vleugje vanille
Hoe je hem maakt
Verwarm de oven op 180 °C. Vet een bakvorm in en strooi er een eetlepel suiker over de bodem en de randen, dat geeft straks de mooie korst.
Klop in een kom de eieren los met de suiker. Roer er bloem doorheen, dan de melk, dan de vanille en het zout. Het beslag moet glad zijn, niet meer.
Leg het fruit op de bodem van de bakvorm, bij kersen mag je de pitten erin laten (traditioneel), of ze er net zo goed uit halen. Schenk het beslag erover en zet de vorm 30 tot 35 minuten in de oven.
Een clafoutis is klaar als hij in het midden nog net een beetje wiebelt.
Hoe je hem eet
Lauw, niet warm. Met een lepel slagroom of crème fraîche, en eventueel een snufje bloemsuiker. Een glas zoete witte wijn ernaast, en je terras is een klein dorpje in de Drôme geworden.


